Historische helden
Bossche Spinoza - door Frans van Gaal
Jacob Moleschott (1822 – 1893) wordt geboren op 8 augustus 1822 in ’s-Hertogenbosch als zoon van Gabriël Moleschott en Elizabeth Antonetta van der Monde. Ze zijn humanistisch ingesteld. Zijn vader is arts en atheïstisch vrijdenker. Hij hangt de filosoof Feuerbach aan, die stelt dat God niet de mens schept, maar de mens God. In de opvoeding van zijn kinderen besteedt hij aandacht aan de ontwikkeling van een zelfstandige en verantwoordelijke persoonlijkheid.
De begaafde Jacob Moleschott studeert aan de Latijnse school in de oude hertogstad. In 1842 gaat Moleschott in Heidelberg geneeskunde studeren. Hier groeit zijn overtuiging dat geneeskunde een discipline is waarin wetenschappelijk verkregen feiten streng worden onderscheiden van speculatie. Aan de basis van de geneeskunde liggen volgens Moleschott scheikunde, mechanica en anatomie ten grodnslag. Veel meer dan speculatieve natuurfilosofie en helemaal anders dan het ‘overtollig geloof in wonderen’. Zo legt Molescott mede de basis voor de moderne geneeskunde.
Vanaf 1845 werkt Moleschott in Utrecht als arts. Daarna doceert hij van 1847 tot 1854 te Heidelberg, waar hij vanwege zijn materialistische denkbeelden wordt ontslagen. In 1856 wordt hij hoogleraar in de fysiologie in Zürich, Turijn (1861), en vanaf 1879 in Rome.
Vanwege zijn materialisme noemt men Moleschott wel de 19e eeuwse Spinoza. Hij oefent diepgaande invloed uit op Cesare Lombroso, de beroemde professor in de criminele antropologie in Turijn. Karl Marx en Ferdinand Domela Nieuwenhuis citeren hem veelvuldig met grote instemming.
Als materialist richt hij zich niet op hoogdravende politieke theorieën. Noch op hervormingen van het staatsbestel, maar juist op ‘stoffelijke behoeften’. Zo meent hij dat het eenzijdige menu van de armen en arbeiders iedere geestelijke en maatschappelijke vooruitgang in de weg stond. Eenzijdig voedsel - zoals aardappelen - bevat te weinig goede stoffen om de hersenen optimaal te laten functioneren. Ook adviseert hij ouden van dagen in de armenhuizen ‘goede oude wijn’ te schenken. Verder pleit hij voor meer ‘roggebrood met vleesch’ om beenbreukepidemieën onder de armen te verminderen. De bekende uitspraak "Der Mensch ist was er iszt" wordt dan ook aan Moleschott toegeschreven.
Moleschotts beroemdste uitspraak is echter ongetwijfeld: Ohne Phosphor keine Gedanke’, waarmee hij wil zeggen dat de menselijke geest niet los staat van de materie maar verankerd is in de hersenen. Vrije wil, moraal, eigen verantwoordelijkheid, geheugen, taal: ze zitten verstopt in de grijze massa van onze hersenen. Maar waar? Wat valt er aan cognitieve processen te meten? En hoe moeten we dat interpreteren? Vandaag de dag zijn dit nog steeds actuele vragen voor wetenschappelijk onderzoek naar het functioneren van onze hersenen.
Ik zou zeggen: laten we onze hersens gebruiken en deze man zo snel mogelijk eren.