Geschiedenis als bron van creativiteit
Prof. Frank Ankersmit pleit voor een come back van het gevoel bij het contact met het verleden. Geschiedenis is voor hem een creatieve bron voor manager of bestuurder. Vandaar dat hij vanuit de RU Groningen leergeschiedenissen bij bedrijven en overheden faciliteert met als resultaat: het organisatieverhaal. - door Karel Witteveen
Alles heeft een geschiedenis. Zo ook het ontstaan van De sublieme historische ervaring van prof. Frank Ankersmit dat dit jaar verscheen (zie kader). In 2005 publiceerde hij bij de Stanford University Press de Engelstalige versie van dit boek. ‘Ik had dat boek vooral voor mezelf geschreven’, zegt Ankersmit. Toch stuurde hij het manuscript op naar de uitgever. Deze liet het onder meer lezen aan Martin Jay, hoogleraar geschiedenis aan de University of California in de VS. Hij vond het goed van inhoud, maar miste nog een definitieve ‘denkstap’ in de uiteenzetting over het begrip historische ervaring.
De definitieve denkstap betrof de relatie tussen waarheid en ervaring. Ankersmit: ‘Ik had die stap nog niet durven maken tijdens het schrijven van het Engelstalige manuscript, vond dat griezelig. Ik woonde nog niet in dat boek, zogezegd. Ik heb er nog ruim een jaar aan gesleuteld voordat ik de relatie tussen ‘waarheid’ en ‘ervaring’ heb doorgeknipt. Uiteindelijk heeft Stanford het uitgegeven’.
Ankersmit pleit voor een rehabilitatie van de historische ervaring, van de wijze waarop wij ons verhouden tot het verleden. Onze gevoelens over het verleden zijn niet minder belangrijk dan wat we ervan weten, zo schrijft hij in zijn boek.
Hij geeft zelf een voorbeeld van een historische ervaring uit zijn eigen verleden.
Zo herinnert hij zich een scène van rond zijn tiende levensjaar, waarin zijn moeder hem vertelt over de Franse Revolutie in de 18e eeuw en de daaruit voortgekomen burgerrechten. Ze deed dat aan de hand van verhalen uit de Wereldgeschiedenis. Daarin stond een gravure van de onthoofding van de Franse koning Lodewijk XVI. O jee, dacht hij, dat mag nooit meer gebeuren. Dit verhaal heeft mede bijgedragen tot zijn voorliefde voor de 18e eeuw.
Historische ervaring
‘Een echte historische ervaring is als een kanonsschot: je schrikt, je kijkt in de richting waar het geluid vandaan kwam, maar dat garandeert nog niet dat je iets zinvols ziet. Het gaat in een fractie van een seconde. De ervaring gaat zogezegd aan het bewustzijn vooraf. Het is iets vreesachtig, het gaat gepaard met een gevoel van angst en vervreemding. Want op het moment van de knal is er alleen maar causaliteit – het schot, de schrik, het kijken naar de richting van het geluid - en geen betekenis’, zegt Ankersmit. In zijn boek noemt hij het een ‘vereniging van verleden en heden in een korte extatische kus’, een verschijnsel dat zich aan de oppervlakte van de waarneming bevindt. De verwoording in taal komt later.
Stemmingen en gevoelens zijn voor hem bij uitstek de creatieve vindplaats voor de historische ervaring. Ze overkomen je in tegenstelling tot kennis, want die bezit je. Hij schrijft: ‘De strikt persoonlijke reacties op een kunstwerk of een deel van het verleden kunnen evenwel ‘iets’ openbaren, waarvan niemand zich eerder bewust was, en kunnen onze relatie tot een kunstwerk of een deel van het verleden opnieuw definiëren’. Hier laat hij de aanspraak op ‘waarheid’ vervallen. Iets persoonlijkers dan een historische ervaring bestaat er immers niet.
Ankersmit: ‘Vergelijk het met hevige pijn. Die neemt je totale wezen in beslag, zodat je eigenlijk de pijn wordt; subject en object versmelten met elkaar. Je kunt dit gevoel van pijn ook niet overbrengen aan een ander; het is akelig en strikt persoonlijk’.
Een historische ervaring kun je volgens hem niet faciliteren. Ankersmit: ‘Johan Huizinga bezocht in 1902 de tentoonstelling van de Vlaamse primitieven in Brugge. Daar had hij een historische sensatie die ten grondslag ligt aan zijn beroemde boek Herfsttij der Middeleeuwen (1922). Maar tegelijkertijd hebben honderden andere mensen deze expositie bezocht en geen historische ervaring gekregen. Dus dat zegt me weinig. Wellicht had Huizinga enige kennis van de late Middeleeuwen en dat zou hem tot voordeel kunnen strekken, maar echt zwaarwegend is dat niet. Een historische ervaring overkomt je gewoon’.
Leergeschiedenis
Geschiedbeoefening is voor Ankersmit beslist geen stoffig gebeuren. Voor hem biedt het vak voldoende creatieve handvatten voor de politieke bestuurder en moderne manager. Zo leidt Ankersmit de Research Masters Opleiding van de Universiteit Groningen. Daarin komen historische analyse en praktijk bij elkaar in de vorm van leergeschiedenissen.
‘Historici zijn met name goed in wat ik noem ‘tweede orde waarneming’, een vertaling van double loop learning, een begrip dat de Duitse socioloog Niklas Luhmann subtiel heeft uitgewerkt. Als historicus leer je het verleden te bestuderen en te interpreteren op basis van een grote complexiteit aan bronnen. Wanneer we de werkelijkheid waarnemen, maken we impliciet een onderscheid tussen onszelf en de omgeving. Uiteindelijk richten we ons op de omgeving; jijzelf blijft als persoon zodoende buiten schot. Dan is er sprake van single loop learning of een ‘eerste orde waarneming’. Daarbij ontstaan er vanzelf blinde vlekken bij jezelf. Hetzelfde geldt voor collectieven als bedrijven en overheidsinstellingen. Wat zie je doorgaans gebeuren? Ondernemingen halen bepaalde doelstellingen niet. Dat signaleert het management. En vervolgens passen ze de voorafgaande actie aan in de hoop dat het beter zal gaan. Het concrete probleem is opgelost, maar de onderliggende fundamentele oorzaken nog niet. Uiteindelijk verandert er structureel niets’, aldus Ankersmit.
- login of registreer om te reageren

Since long I’ve been
Since long I’ve been
Since long I’ve been
Since long I’ve been
Since long I’ve been
As usual you give us so
Ik zeg niet dat het