CSI-Edegem: quantity & quality ofzoiets...

 "If you think that quantity breeds quality..." -zonnebril af + zwoele bries door de venetiaans blonde coupe- "...think again."

"Quantity breeds quality." Daarmee is het begonnen... Alex Osborn verzon dit principe in 1953. Deze quote vat het achterliggende concept van brainstormen samen. Het is de basis van heel veel hedendaagse theorieën en technieken. Het idee is simpel: als je een oplossing zoekt voor een probleem, bedenk dan eerst zoveel mogelijk oplossingen (quantity). Hoe meer oplossingen je bedenkt, hoe hoger de kans dat er een hele goede oplossing tussen zit (quality). Deze redenering brengt twee gevolgen met zich mee. Ten eerste is het beter om het bedenken van de oplossing van een probleem op te splitsen in eerst het bedenken van zoveel mogelijk verschillende oplossingen (divergeren) en vervolgens het selecteren van de beste oplossing(en) (convergeren). Ten tweede is het zinvol om het bedenken van zoveel mogelijk ideeën te stimuleren, want dat verhoogt de kans op een goede oplossing. Dit laatste heeft tot diverse creatieve denktechnieken geleid.

Dat is de basis van het brainstorm principe: splits het proces en stimuleer het divergeren. Alle huidige brainstormregels en technieken vloeien hieruit voort. Meer dan vijftig jaar later, tot op de dag van vandaag, zijn er duizenden mensen over de hele wereld bezig met dit simpele principe en zijn gevolgen. Wetenschappers konden dit niet negeren en hebben zich volop in het onderzoek gegooid. 

 

Wetenschap, maar dan niet zo heel wetenschappelijk...

Vanaf de jaren '70 is het onderzoek rond brainstormen op gang gekomen. Sindsdien zijn allerlei hypothesen onderzocht en aangetoond om de kwantiteit van ideeën in een brainstorm te verhogen. Wetenschappers hebben zich gefocust op hoe ze nu mensen of de situatie van een ideeëngeneratie kunnen beïnvloeden of veranderen, zodat er meer ideeën bedacht worden. Zo'n onderzoek gaat typisch als volgt:

Er worden allemaal studenten uitgenodigd op het labo. (Heel wat onderzoek wordt op studenten uitgevoerd, omdat het vaak moeilijk is om veel proefpersonen te motiveren en te verzamelen. Dat geldt voor alle psychologisch onderzoek. Met andere woorden weten we héél veel over studenten. Of dat ook altijd geldt voor andere mensen, wordt in veel gevallen niet onderzocht.) De studenten worden bijvoorbeeld opgedeeld in 2 groepen. In de ene groep krijgt iedereen bijvoorbeeld koffie en in de andere groep krijgt iedereen dan cafeïnevrije koffie. Vervolgens krijgen de twee groepen dezelfde opdracht. Vaak is dat zoiets als "Bedenk zoveel mogelijke gebruikswijzes van een kapstok." Daarna gaan de onderzoekers nagaan of de groep die cafeïne kreeg toegediend nu méér ideeën heeft bedacht dan de groep die geen cafeïne kreeg toegediend. Dat zegt dan iets over de invloed van cafeïne op het bedenken van ideeën. Zo'n onderzoek zou dan insinueren dat mensen die gaan brainstormen er al dan niet baat bij hebben om koffie te drinken voor de brainstorm.

Dit is natuurlijk een beetje simplistisch voorgesteld, maar daar komt het in grote lijnen wel op neer. Op die manier is er heel wat onderzoek uitgevoerd met diverse resultaten. Een aantal voorbeelden: openheid en extravertie voorspellen divergent denken, groepen in anonimiteit bedenken meer ideeën, een hoog aantal ideeën als doel stellen leidt tot meer ideeën,... enz. Maar toch is er een beetje een probleem met dit soort onderzoek. Bij elk psychologisch onderzoek zijn er een aantal factoren die je niet kan controleren, dus op elk onderzoek kan je ook kritiek geven. Toch denk ik dat bij dit soort onderzoek factoren niet gecontroleerd werden, die van cruciaal belang zijn. 

Motivatie is er zo een. Het zijn vaak studenten die weinig prikkelende opdrachten krijgen. De motivatie van een student die verplicht moet nadenken over mogelijke gebruikswijzen van een baksteen, is wellicht anders dan een werknemer die een vernieuwende oplossing moet gaan bedenken rond een reëel probleem. Studenten krijgen vaak ook verplichte studiepunten voor het meedoen aan onderzoek. De vraag is dus of de resultaten van die onderzoeken wel volledig van toepassing zijn op de praktijk.

Een andere belangrijke aanname van dit soort onderzoek is dat kwantiteit leidt tot kwaliteit. Dat is nu net het beginsel van brainstormen, maar het concept zelf is nooit wetenschappelijk onderzocht geweest. Men heeft het gewoon altijd aangenomen. Er zijn zelfs wetenschappelijke onderzoeken die de kwaliteit van ideeën meten door het aantal gegenereerde ideeën te tellen. Andere onderzoeken gebruiken vaak originaliteit en uitvoerbaarheid als criterium om de kwaliteit van ideeën te beoordelen. Maar daar is dan weer nooit onderzocht in hoeverre originaliteit en uitvoerbaarheid een juiste meting vormen om de kwaliteit van een idee te bepalen. Dat is dus ook weer een aanname... Je merkt het. Heel wat onderzoek, maar niet altijd even kwalitatief.

 

Tijd voor kwaliteit

Een tijd geleden kwam ik een onderzoek tegen van Reinig & Briggs (2008) dat dan toch de relatie tussen kwantiteit en kwaliteit heeft onderzocht. De eerlijkheid gebied mij te zeggen dat dit onderzoek gebruik maakte van studenten die een fictief probleem moesten oplossen. De kwaliteit van een idee werd beoordeeld op de uitvoerbaarheid en of de oplossing al dan niet nieuwe onaccepteerbare symptomen veroorzaakt. Daar valt dus over te twisten, maar toch... uit het onderzoek bleek dat kwantiteit niet lineair leidt tot kwaliteit. In dit onderzoek was het namelijk zo dat hoe meer ideeën erbij kwamen, hoe minder kwalitatieve ideeën erbij kwamen. Er komen wel kwalitatieve ideeën bij, maar minder als in de beginfase. Ik vind dit onderzoek bijzonder interessant, omdat het duidelijk maakt dat het quantity breeds quality principe een aanname is. Het is plots veel duidelijker voor te stellen dat de relatie tussen de twee complexer is. En dat zet tot nadenken.

Dit onderzoek werpt een nieuw licht op de zaak en drukt de wetenschap met de neus op de feiten. Misschien is het niet zoals we eerder altijd hadden aangenomen. Ik zeg niet dat het aangetoond is, maar de suggestie is voldoende. Want het wijst op het feit dat we ons al meer dan vijftig jaar concentreren op de hoeveelheid van ideeën, zonder veel aandacht aan de kwaliteit van ideeën te besteden. We zijn er altijd vanuit gegaan dat als we meer ideeën bedenken... dan zullen der ook wel meer goeie tussen zitten.  Tijd dus om ons op andere zaken te focussen in het onderzoek. Ik zeg niet dat we al die jaren aan onderzoek moeten verwerpen, integendeel, ik denk dat we de kwaliteit van ideeën eerst beter moeten begrijpen, zodat het eerder onderzoek tot zijn recht kan komen. 

Een ander iets is dat -naar mijn weten- bijna geen enkel onderzoek het effect van technieken heeft nagegaan. Al het onderzoek gaat over gewone brainstorms, zonder dat er technieken werden gebruikt. In praktijktermen zegt het onderzoek dus enkel iets over de 'purgue'. Buiten het laboratorium gebruiken teams vaak technieken om meer ideeën te verzinnen, maar daar hinkt de wetenschap dus nog wat achterop...

En tenslotte is er nog iets. Het idee dat kwantiteit ook kwaliteit met zich meebrengt neemt inherent nog iets  aan: namelijk dat wanneer er heel veel oplossingen zijn bedacht, dat we dan ook de meest kwalitatieve oplossingen daaruit zullen kiezen. Het hele proces van brainstormen heeft natuurlijk pas zin als we de beste ideeën kiezen uit de lijst van bedachte ideeën. Men heeft dus altijd aangenomen dat mensen wel de beste ideeën kunnen identificeren en kiezen uit een groep ideeën. Dat is in al die jaren ook niet onderzocht geweest tot recentelijk. Maar dat is voor een volgende keer.

Dus ondanks het feit dat Horatio Cain onvoorwaardelijk geloof hecht aan de wetenschap, vrees ik dat ik hem hier ietwat zal moeten teleurstellen. Wetenschap biedt op het gebied van creatief denken nog geen sluitend antwoord over alles. En maar goed ook, anders was ik werkloos...

"If you think that science doesn't have an answer..." - stap in Hummer met zonnebril op- "... well, euhm, sometimes...euh..." -raam Hummer snel dicht en pattinerend vertrekken.